Languages

Partnerschappen: Expertise bundelen en duurzame mobiliteit stimuleren

Maatschappelijke vraagstukken zijn complex en als organisaties alleen oplossingen uitwerken is er weinig slaagkans. Maar wanneer krachten en expertise van diverse organisaties gebundeld worden, kunnen duurzame uitdagingen aangepakt worden. Deze manier van werken wordt ook als een partnerschap omschreven. Maar net zoals duurzame ontwikkeling blijven partnerschappen (of co-creatie) nog wat een niche begrip. Daarom heeft het FIDO in 2015 beslist in de subsidieoproep te focussen op deze partnerschappen. Nu de projecten volop aan de gang zijn, willen we de verhalen in beeld brengen. Hoe verlopen de projecten, maar vooral, hoe verlopen de partnerschappen? Voor dit eerste verslag werd er een dubbelinterview georganiseerd met Bart Dumoulin (Bond Beter Leefmilieu) en Pierre Steenberghen (Nationale Groepering van Ondernemingen met Taxi- en Locatievoertuigen met chauffeur) over het project ‘Samen naar een propere vloot’.

Het project bestaat enerzijds uit een onderzoek en anderzijds uit een meer praktisch pilootproject met twee elektrische taxi’s. Door deze twee luiken te combineren, willen de twee partners een duidelijk beeld krijgen van de economische en ecologische consequenties van een taxivloot met elektrische wagens in België.

"Het stond in de sterren geschreven dat meer en meer taxibedrijven elektrisch vervoer overwegen”

Pierre Steenberghen haalt aan dat er vanuit de taxisector meer en meer bewustzijn is dat ze niet kunnen achterblijven op de evoluties in het domein van de autotechniek. Ook een strengere gemeentewetgeving (bv. invoering van milieuzones) draagt bij tot een verandering van aanpak. Het is belangrijk om te anticiperen op wat gaat komen. Maar door gebrek aan middelen en expertise was het niet mogelijk om zelf een kwalitatief project op te starten. Daarnaast is er Bond Beter Leefmilieu, die al langer oplossingen uitwerkt voor het milieu- en mobiliteitsvraagstuk. Door met GTL in de boot te stappen kan het thema gedeeld elektrisch vervoer verder uitgewerkt worden. Dit was het startschot voor een toenadering tot de taxisector en zo ontstond het partnerschap.

Zowel BBL als GTL hebben elk hun expertise die van groot belang is om dit project te doen slagen. Maar daarnaast is het netwerk en de geloofwaardigheid van de twee partners in elk hun eigen netwerk ook een zeer grote meerwaarde aan dit partnerschap. Zo zeggen zowel BBL als GTL dat ze veel extra informatie hebben kunnen verzamelen die ze alleen niet gekregen of gevonden zouden hebben.

Een geslaagd partnerschap betekent onder andere dat elke partner een meerwaarde uit het project kan halen. Voor GTL houdt dit vooral in dat er een duidelijk beeld ontstaat van wat realistisch is op het vlak van elektrische taxi’s, dat zowel de opportuniteiten als obstakels in beeld worden gebracht. En dat dit dan ook kan resulteren in adviezen en aanbevelingen die een degelijk beleid voor de toekomst mogelijk maken. Voor BBL is gedeelde elektrische mobiliteit in het algemeen al een belangrijke insteek en een belangrijk onderwerp in hun werking. Een vergroening van de taxivloot zal leiden tot een verbetering van de luchtkwaliteit, een van de punten waar BBL als milieubeweging al jaar en dag naar streeft.

Beide partners geloven in de meerwaarde van partnerschappen, maar zeggen ze, het brengt ook wel een complexiteit met zich mee die niet onderschat mag worden.

“Complexer om met meerdere organisaties samen te werken, dan als organisatie zelf uw ding te doen”

Dit is misschien een van de redenen waarom verschillende organisaties wat achterdochtiger tegenover partnerschappen staan. Vooral samenwerken met een organisatie of bedrijf die uit een totaal andere sector komt, zoals bij BBL en GTL het geval is, kan voor argwaan zorgen.

Bart beklemtoont dat het potentieel gezien moet worden, deze samenwerking biedt kansen om de eigen agenda te realiseren. En inderdaad, het zal misschien niet de snelste of eenvoudigste manier zijn, maar misschien wel die met de grootste impact. Belangrijk is een goede verkenning van de doelstellingen. Elke partner moet natuurlijk zijn geloofwaardigheid blijven behouden. Dit vraagt enerzijds een goede uitwisseling van de agenda’s en goede afspraken.

"Je moet water bij de wijn doen, maar het moet nog altijd wijn blijven"

Bond Beter Leefmilieu en GTL zijn de twee leidende partners in dit project. Maar dit wil niet zeggen dat er geen andere partners betrokken worden (DTM Taxi, VUB, The New Drive, stad Antwerpen,…). Rapporten en voorlopige conclusies bespreken met verschillende belanghebbenden, kan zorgen voor een grotere slaagkans alsook schaalvergroting van het project. Zo geeft Bart aan dat door belanghebbenden uit de taxisector te informeren, heel veel extra informatie verzameld kan worden. Deze informatie kan essentieel zijn voor het slagen van het project maar kan ook interessant zijn om door te geven aan andere stakeholders, in het geval van het project bijvoorbeeld de producenten van auto’s en randapparatuur, zodat ook zij uitgedaagd worden om energie efficiënt te werken.

Wat zorgt er dan voor dat een partnerschap goed verloopt? De uitkomst van een project kan nooit met 100% zekerheid voorspeld worden. Toch zijn er een aantal randvoorwaarden die volgens Bart en Pierre zorgen dat hun partnerschap zo vlot mogelijk verloopt. Een van de belangrijkste elementen blijkt de communicatie te zijn. Enerzijds worden verschillende middelen, zoals mailings en dropbox, ingezet om te communiceren en de informatieoverdracht te garanderen. Daarnaast is het ook belangrijk om met de juiste personen te communiceren en ook voldoende te communiceren. Al de partners die bij het project betrokken zijn, heel de achterban van de partners en al de belanghebbenden moeten op de hoogte gehouden worden.

“Als je met meerdere partners samenwerkt, moet je een stuk vertrouwen kunnen krijgen en een stuk vertrouwen kunnen geven aan elkaar”

Daarnaast zijn een goede coördinatie en goede afspraken ook essentieel voor het slagen van een partnerschap. Een goede planning hoort hier natuurlijk ook bij. Al zal het, zoals bij de meeste projecten, steeds een uitdaging zijn om daar aan vast te houden, zegt Bart. Binnen het project van de propere vloot neemt Bond Beter Leefmilieu het voortouw. Projectbegeleiding is dan ook een van de expertises van BBL. Er werd een samenwerkingsovereenkomst ondertekend door beide partijen. Een werkwijze waar BBL al ervaring mee heeft en volgens hen onontbeerlijk is wanneer twee organisaties samenwerken.

Over het verdere verloop en de uitkomst van het project zijn beide partners positief. Een van de belangrijkste uitkomsten is het neerschrijven van duidelijke aanbevelingen naar de sector en het beleid. Daarnaast hopen beide partners ook dat dit pilootproject een voorbeeldfunctie zal zijn. Enerzijds om bij te dragen tot een grotere bewustwording van het milieu en duurzaamheid bij de rest van de taxisector. En anderzijds voor particulieren: elektrische taxi’s in het straatbeeld zouden hopelijk drempelverlagend werken voor eigen aankoop. De stelling ‘Tegen 2020 rijden alle taxi’s in Vlaanderen elektrisch’ is natuurlijk zeer sterk geformuleerd. Al kan het geen kwaad om de doelstellingen van een project uitdagend te maken. Dit kan zorgen voor een duwtje in de rug.

 “Er zit een stuk anticipatie in die stelling, je moet niet afkomen als het te laat is hé”

Het FIDO kijkt in elk geval uit en is benieuwd naar de resultaten die meegedeeld zullen worden op een conferentie gepland op dinsdag 25 oktober 2016. Meer informatie over het project via de website van Bond Beter Leefmilieu . Of u kan contact opnemen met Bart Dumoulin via bart.dumoulin@bblv.be of met Pierre Steenberghen via psteenberghen@gtl-taxi.be