En ontvang een duurzame attentie!

En zo zijn er tientallen. Kleine en grote ondernemingen. Altech, Ampacet Belgium, Azimut, Biomimicry, Carmeuse, Coris Bioconcept, Damnet, Derbigum, Distrinox, FIB Belgium, Genetec, Impribeau, Le Saupont, Lhoist, Pépinières de la Gaume, Modulart, Sabert, Spadel, Tecnolub, Tilman, Végépack, Voyages Copine, Xylowatt, … om maar die te noemen. Wat hebben al die bedrijven dan wel gemeen? Gewoon dat ze zijn afgestapt van de platgetreden paden en in hun bedrijfsvoering duurzame methodes hebben geïntegreerd die algemeen gekend zijn onder de noemer Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO). Of, eenvoudiger gesteld, ze hanteren duurzame beheerpraktijken: dat betekent opteren voor een milieubewuste mobiliteit, doordacht energiebeheer, permanente dialoog met de verschillende stakeholders, een kleinere ecologische voetafdruk, het voeren van een duurzaam aankoopbeleid, deugdelijk bestuur, respect voor biodiversiteit, neen aan discriminatie, ja aan afvalbeheer, en dan vergeet ik er wellicht nog een hele rist …
Sommige werden over de streep gehaald omdat grotere ondernemingen, multinationals en andere internationale bedrijven hen verplichtten tot het halen van een ISO 9000 of ISO 14001 certificering. Andere zagen dan weer kansen in het economische of technologische voordeel dat hen dat zou kunnen bijbrengen. Nog andere deden het gewoon uit overtuiging. En zo zijn er heel wat. Wat die bedrijfsleiders, milieuverantwoordelijken en MVO managers stuk voor stuk gemeen hebben, is de vaste wil om hun onderneming te sturen in een richting waar economisch rendement in perfect evenwicht is met een gemeende zorg voor mens en/of milieu.
De beuk erin om grenzen te verleggen
Werner Engel van Eco-Conseil Entreprises, met specialisatie milieubeheer, omschreef het uitgangspunt dat een bedrijfsleider zou kunnen hebben met betrekking tot het opzetten van een strategie in het vlak van duurzaam beheer bij onze collega’s van Get up ! als volgt: “Als een bedrijfsleider niet een klein beetje is gebeten door de problematiek, geraakt hij niet uit de startblokken. Je mag dan al heel blij zijn dan hij strikt opvolgt wat de wet hem voorschrijft.” In België staat, meer dan in heel wat andere landen, de wet immers garant voor een behoorlijk hoog niveau ‘Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen’ (MVO). Het volstaat daarbij in te zoomen op de sociale relaties binnen de ondernemingen. Wie dus nog verder gaat, heeft hier een goede reden voor: persoonlijke motivering, uitgekiend huwelijk tussen economische kansen en milieubescherming, inzicht in de mechanismen die aantonen dat de meest duurzame ondernemingen beter presteren dan het merendeel van hun minder duurzame concurrenten (vooral in tijden van crisis), etc.
Voor Jean Henrotin, directeur van drukkerij Impribeau, voormalig maatschappelijk assistent en bijzonder milieubewust, kwam de echte klik na een MVO-opleiding: “We streefden er al een hele tijd naar om ‘clean’ te werken,” licht Jean Henrotin toe. In het verleden had hij al met succes het afvalbeheer en de milieu-impact van zijn activiteiten aangepakt. “Tijdens die MVO-opleiding werden me echter de ogen geopend en kreeg ik inzicht in de mogelijkheden om het beheer van de menselijke hulpbronnen naar een hoger niveau te tillen”. Een mooie bekentenis van een bedrijfsleider die eerder al ter zake zeer mooie papieren kon voorleggen: in 2008 telde zijn bedrijf geen enkele dag absenteïsme en arbeidsongevallen vielen er de laatste vijftien jaar al evenmin te betreuren.
Green Techs snellen het milieu te hulp
FIB Belgium bouwt industriële ovens op maat voor de metaaldraadproductie. Een vrij zeldzame activiteit waarin de onderneming, die kantoor houdt in Tubeke, intussen is uitgegroeid tot wereldleider. Ook hier houdt men niet van half werk, kan alles altijd beter en heerst er een teamgeest waarbij iedereen voor iedereen in de bres springt om steeds weer onberispelijke producten af te leveren. Het hoeft dan ook niet te verbazen dat duurzaam beheer hier volop tot ontplooiing kan komen. Ook het milieu wordt uiteraard een warm hart toegedragen; onder meer met innovaties zoals het wervelbed. Traditioneel worden metaalkabels, om een goede rek en hoge weerstand te verkrijgen, in loodbaden ondergedompeld waar ze vervolgens een hele transformatie ondergaan. FIB Belgium verving dat loodbad door een zandbad. Het zand wordt in een bak uit roestvrij staal aangebracht, waarin hete gassen worden geblazen die ervoor gaan zorgen dat de eigenschappen van dat zand sterk veranderen. Het zand werkt niet langer isolerend, maar wordt geleider en wordt van vaste toestand omgezet in een nagenoeg vloeibare materie. Die techniek is, in vergelijking met het traditionele loodbad, heel wat minder vervuilend. Een vernieuwende aanpak, sterke economische resultaten en een bedrijf dat duurzame ontwikkeling in zijn vaandel schrijft, … Het hoeft dan ook niet te verbazen dat eind 2008 FIB Belgium werd bekroond met de Ernst & Young titel van “Onderneming van het jaar”. Voor René Branders, General manager, ligt die aanpak voor de hand: telkens weer worden de grenzen van duurzaam beheer verlegd: “Ieder jaar opnieuw spitsen we ons toe op een of meerdere aspecten van maatschappelijk verantwoord ondernemen.” De afgelopen twee jaar richtten we onze pijlen specifiek op afvalbeheer, evenals op het onthaal en de opleiding van nieuwe medewerkers. De onderliggende filosofie? Overbrengen van vaardigheden op de nieuwe medewerkers, hen begeleiden en hen in geestdrift brengen voor onze typische bedrijfsspirit. “Zo smeden we een hecht team …” lacht hij.
Bij Derbigum ging de aandacht onder meer naar het uitrollen van een EMAS (Eco-management and Audit Scheme) milieubeheersysteem. Dat duurzame ontwikkeling op economisch niveau overigens uitermate interessant kan zijn, wordt hier nogmaals bewezen. De investering bleek immers al heel snel rendabel te zijn. “In de Derbigum productie-eenheid van Perwijs konden we zo aanzienlijke besparingen realiseren: terugwinnen van energie uit het verbrandingsproces tijdens de productiefase, afvalbeperking en recuperatie uit afval, etc.” licht Patrick Cogneau, directeur Operations bij Imperbel, toe (1).
Van milieuverbeteringen in het kader van productieprocessen zijn er wel meer voorbeelden te vinden. Zo ook bij Tecnolub. “Met het dienen van de economie, dienen we het milieu.” Dat is jaar na jaar het leidmotief van Frank Dethier, verantwoordelijke inkoop en logistiek. En daar heeft hij alle reden toe. De onderneming ontwikkelde een systeem voor microsmering met geïntegreerde verstuivers voor het smeren van werkstukken. Resultaat: in plaats van de werkstukken onder te dompelen in grote oliebaden met een inhoud van 1000 tot 5000 liter wordt het verbruik dankzij de techniek van de microverstuiving teruggedrongen tot amper 2 ml tot 40 liter/min. Dat economische voordeel wisten ook Boeing en Airbus te waarderen; maar ook het milieu vaart er wel bij omdat met microverstuiving de problemen op het gebied van het herverwerken van oplosbare oliebaden van de baan is.
Spadel, de producent van het ‘reinigende’ water zit de MVO-aanpak in de genen. Althans zo wist Bernard Michotte, Environmental affairs manager, me toch te vertellen: “Als je product water is dat zo rein is, ligt het natuurlijk voor de hand dat je het milieu waaruit dat water voortspruit bijzonder gaat koesteren”. En die zorg om het milieu vertaalt Spadel al vele jaren via duizend en een kleine en grotere handelingen in concrete acties; zoals het terugdringen van de benodigde hoeveelheid plastic voor de productie van de flessen. Tussen 1971 en 2007 daalde het gewicht van de plasticflessen met 40%. Op die manier werd maar liefst 1800 ton kunststof uitgespaard. En die aanpak vindt heel wat weerklank: daling met 23% van de ecologische voetafdruk voor de kantoren in Brussel (2), maar ook het gebruik van de waterwegen tussen Luik en Antwerpen voor de afzet van de eindproducten op de wereldmarkt. Winst: per jaar worden 150 vrachtwagens van de weg gehouden en dat staat dan weer voor 75% minder CO2-uitstoot.
Door Pierre Biélande
- 1 van 3
- ››
Registreer u hier om informatie op maat te ontvangen, informatie te delen of aan te reiken en om te kunnen reageren op publicaties.

