
Een transition town is een stad die zich voorbereidt op de grote uitdagingen van de toekomst: piekolie en klimaatwijzigingen. Het is de bedoeling dat de stad zoveel mogelijk kan terugvallen op een lokale economie, een sterk sociaal weefsel en een duurzaam en milieuvriendelijk samenlevingsmodel. Er wordt gewerkt aan ecologische huizenbouw, biologische en lokaal geteelde voeding, een openbaar vervoersnet en tal van culturele projecten. Een transition town is een bottom-up initiatief: het wordt gedragen door mensen die niet willen wachten tot de overheid in actie komt.
Vandaag nestelt de transitiebeweging zich ook in de harten van de Gentenaars. Op iets meer dan een jaar tijd zijn er al transitiegroepen gestart in vijf stadswijken. Het gaat telkens om groepen van een twintigtal buurtbewoners die samen bouwen aan een solidaire en oliearme toekomst. En die kan best aantrekkelijk zijn, stellen ze.
Een gedroomde kans
Als de olieproductie in de komende jaren gaat slinken ("piekolie"-moment) en steeds duurder wordt, komt ook de economische globalisering in het gedrang en wordt het pad geëffend voor lokale, groene producten en jobs. Ons leven kan daardoor ingrijpend veranderen. Een gedroomde kans dus voor wie snakt naar een andere levensstijl met een lagere milieu-impact, minder verkeer, minder stress en meer levenskwaliteit. Geen doemdenken, wel een gevoel van 'het kan beter' en 'we hebben het zelf in de hand'. Dat is een psychologische opsteker. Het geeft de buurtbewoners tijd en zin om veel meer te investeren in de lokale gemeenschap en om gezamenlijk in actie te komen. Zo creëren ze de lokale veerkracht die nodig is om de olie- en klimaatschokken die ons te wachten staan, proactief op te vangen. Crisissen zijn uitdagingen.
Een sociaal-ecologisch verhaal
Transitiesteden zijn niet geïnteresseerd in individuele do's en don'ts. Het gaat ook niet om acties van een vertrouwd kringetje militanten dat zich op die manier afzet tegen de rest van de wereld. Het komt er 'gewoon' op aan om te leren leven binnen de biofysische grenzen van de planeet. Er is ruim voldoende voor iedereen en er wacht ons een betere toekomst, zei Rob Hopkins in 2006 al in Totnes, de Britse stad waar het transitieverhaal onder zijn impuls startte en die sindsdien een internationale inspiratiebron vormt. Maar het blijft natuurlijk een enorme uitdaging. Milieumilitanten en opbouwwerkers alleen kunnen de wereld niet redden. Er zijn te veel factoren en dimensies in het spel. Als iedereen zijn steentje bijdraagt, komen we er wel. Zo luidt de optimistische redenering. En dus moet de collectieve creativiteit van alle mensen worden aangesproken. Vooralsnog blijft dat nog wel voor een groot stuk theorie, ook in Totnes zelf. Het initiatief spreekt wel veel meer dan de milieubeweging alle lagen van de bevolking aan, maar voorlopig lijkt de teller van de overtuigden te blijven staan op pakweg 10% van de bevolking. Voor een concept dat een oplossing op grote schaal wil bieden is dat uiteraard veel te weinig. Er is dus nog veel werk aan de winkel.
Lokaal invullen van een globaal streven
In de praktijk knopen de Gentse transitiegroepen uit de Rabotwijk, Brugse Poort, Gent Zuidwest, Sint-Amandsberg en Ledeberg/Gentbrugge graag aan bij lokale initiatieven die al veel decennia bestaan zoals volkstuintjes of letsgroepen. Afhankelijk van de ideeën die opborrelen uit de lokale vergadering introduceren ze echter ook zaken die nieuw zijn voor de wijk: op zoek gaan naar een ideale ruimte om aan wijkcompostering te doen, voedsel kweken in plantenbakken op de vensterbank, vlierbloesemsiroop maken enzovoort.
Wat in de wijken leeft, wordt dus gebundeld, versterkt en verbreed. En meegenomen naar de themawerkgroepen die worden georganiseerd door de Gentse hub van de transitiebeweging in Vlaanderen. In de werkgroep 'Voedsel in de stad' werd de voorbije maanden vooral gepraat over het kernbegrip permacultuur ('permanent agriculture' of stadslandbouw), de aanleg van een voedselbos in een Gentse randgemeente en het beheren van een tuin in de buurt van het station. De werkgroep 'Wonderwijs' zoekt naar manieren om de transitiegedachte door te geven via het onderwijs. De werkgroep 'Complementair Geld' tot slot brainstormde met mensen van lets rond de invoering van een lokale munt wat een boost kan geven aan de lokale economie.
Deskundigheid, structuur en bezieling
De kans bestaat dat Gent binnenkort door het internationale Transition Network wordt erkend als de eerste transitiestad in België. Dat is snel. De stad zat blijkbaar al te wachten op dit initiatief en profiteerde dan ook optimaal van de ondersteuning van de voortrekkers van de transitiebeweging in Vlaanderen: Jeanneke van de Ven, coördinator van Aardewerk en initiator van Voedselteams, en KHLeuven-medewerker Rudy Dhont. Samen met andere vrijwilligers zorgden zij onder meer voor de Nederlandse vertaling van het Transitiehandboek, dat werd geschreven in Totnes. Het boek bevat een twaalfstappenplan en allerlei tips, adviezen én informatie over mogelijke valkuilen waarmee de Gentenaars hun voordeel konden doen. Maar met een officiële erkenning is het verhaal van de transitiebeweging in Gent natuurlijk niet af. Eigenlijk begint het dan nog maar goed: er moet immers een permanente samenwerking komen tussen enthousiaste vrijwilligers, deskundigen, overheden en bedrijven om de uitdagingen van de toekomst sociaal en duurzaam op te vangen.
Antoine Pennewaert
Bronnen:
Algemene informatie over transitie op www.transitie.be
Informatie over de transitie in Gent op www.gent.transitie.be
- 1 van 9
- ››
Registreer u hier om informatie op maat te ontvangen, informatie te delen of aan te reiken en om te kunnen reageren op publicaties.


