
Slow Food is een non-profitorganisatie die in 1989 in Italië werd opgericht door Carlo Petrini als reactie op de opening van de eerste fastfoodvestiging van McDonald’s in Rome. Het is een losse, wereldomspannende organisatie, met plaatselijke afdelingen, die elk op hun eigen manier functioneren. Het embleem is een slakje. Los van het nieuwe Europese convivium, telt België tien afdelingen : vijf in Vlaanderen, vier in Wallonië en een in Brussel. Ze promoten aandacht voor de maaltijd als een sociaal gebeuren, en lekker en gezond kwaliteitsvoedsel dat van nature rijk is aan aroma’s en smaakstoffen. Dat laatste veronderstelt een menu dat aangepast is aan het ritme van de seizoenen. Voor Slow Food spreekt het vanzelf dat de producten op een verantwoorde en duurzame manier tot stand komen, met respect voor milieu, mens en dier. Kenmerkend is ook de nadruk die wordt gelegd op de bescherming van authentieke productiewijzen, uitzonderlijke producten en gastronomisch erfgoed. Hiermee positioneert Slow Food zich diametraal tegenover de industriële fastfood die overal ter wereld op dezelfde manier wordt geproduceerd en dus ook overal dezelfde smaak heeft. Tot slot wordt er ook gepleit voor de ontwikkeling van lokale economieën en voedselgemeenschappen want alleen zo kan worden verhinderd dat voedsel intercontinentaal getransporteerd moet worden, wat nefast is voor het milieu.
In Gent krijgen we te horen hoe het er dagdagelijks aan toe gaat in zo’n lokaal convivium. “Wij proberen mensen die geïnteresseerd zijn in de Slow Food-filosofie samen te brengen in een gezellige, conviviale sfeer, zonder al te belerend te zijn. Bijvoorbeeld bij een bedrijfsbezoek aan ‘Het Hinkelspel’, een lokale, coöperatieve kaasmakerij, hoort een kleine degustatie. Maar ondertussen vertellen we toch ook dat de kaasmakerij met lokale boeren werkt die hier een betere prijs krijgen dan bij de grotere concerns”, begint Eli De Heem, secretaris van Slow Food Gent, zijn verhaal. En hij vervolgt : “Terwijl de bezoekers een romige Pas de Bleu laten verdwijnen tussen hun kiezen, krijgen ze ook te horen dat de toekomst van deze kaas die op basis van rauwe biomelk is gemaakt, bedreigd is, omdat de Europese regelgeving vragen heeft bij de hygiënische omstandigheden waaronder die rauwe melk wordt verwerkt”. Iets wat Slow Food op het Europese vlak ten stelligste bestrijdt. Voor Slow Food zijn die hyperhygiënische normen geschreven op maat van de grootschalige landbouw en de voedingsindustrie en bestraffen ze ambachtelijke producenten. Hoe kun je nu ambachtelijk werken volgens industriële normen ?
Onlangs organiseerde Eli De Heem in zijn restaurant ‘La Cena. Saveurs du midi’ voor de leden een speciale Slow Food-avond met op het menu allerlei vergeten groenten uit de streek : pastinaak, aardpeer, mispels. Allemaal dingen uit grootmoeders keuken, maar dan wel op een moderne manier ingevuld. Zijn restaurant is uiteraard geen onderdeel van een pastaketen, maar hij wil het ook geen Slow Food-restaurant noemen, al sluit het wel zoveel mogelijk aan bij de filosofie ervan : “Slow Food is vooral respect voor het ‘terroir’, maar dat hoeft niet noodzakelijk ons terroir te zijn. In mijn restaurant gaat het vooral om mediterrane smaken, dus om authentieke, traditionele gerechten uit Frankrijk, Spanje, Italië en de Maghreb”. De ambachtelijke productiewijze staat borg voor de authentieke smaak. Industriële normen staan daar haaks op en bevorderen een industriële smaak. De steun van europarlementsleden voor de Slow Food-filosofie kan dus nog broodnodig blijken zijn om dit stukje gastronomisch erfgoed te bewaren. Benieuwd hoe het geplande duurzaam voedingsplan deze problematiek gaat ontmijnen.
- 1 van 9
- ››
Registreer u hier om informatie op maat te ontvangen, informatie te delen of aan te reiken en om te kunnen reageren op publicaties.


