Klimaat & energieKlimaat & energie
28/02/2010
De elektrische auto: een valse oplossing?

We kunnen er niet meer omheen: sinds een aantal grote fabrikanten de elektrische auto voorstellen als realistische toekomstvisie, worden er steeds meer modellen aangekondigd. Ze zouden milieuvriendelijker zijn dan de auto op benzine of diesel en geen CO2 uitstoten. Maar is dat wel zo?

We moeten ons geen illusies maken: autorijden zal nooit goed zijn voor het milieu. Er wordt bijzonder weinig energie gebruikt om de inzittenden van A naar B te verplaatsen. Auto’s zijn zo zwaar dat de meeste energie nodig is om de eigen massa in beweging te krijgen en te houden. Dat geldt voor een auto met een ontploffingsmotor, maar ook de elektrische auto ontkomt niet aan die vaststelling.

Een auto met een elektromotor heeft nochtans heel wat voordelen. Meest in het oog springend is de afwezigheid van uitlaatgassen en motorgeluiden. Hij is niet alleen stil, een elektrische auto zit ook eenvoudiger in elkaar. Er zijn minder onderdelen nodig. Een overbrenging of versnellingsbak zijn bijvoorbeeld overbodig. Minder onderdelen betekent ook minder slijtage, minder onderhoud en een lagere productiekost.

De elektromotor heeft bovendien nauwelijks onderhoud nodig en hij heeft een groter vermogen bij een lager toerental. Dat zorgt voor een prima acceleratievermogen. Banden en remmen zullen we wel moeten blijven vervangen. Een sporadisch bezoek aan de garage blijft dan ook onontbeerlijk, al hoeft dat wellicht niet meer zo vaak als nu.

We zeiden net dat een elektrische auto geen schadelijke uitstoot heeft. Maar er is wel elektriciteit nodig om de batterijen op te laden. Als die elektriciteit opgewekt wordt met fossiele brandstoffen of steenkool kunnen we ons afvragen waar de milieuwinst zit. En wat met de onafhankelijkheid van olie?

Zelfs al wordt de elektriciteit opgewekt door een thermische centrale (centrale die draait op fossiele brandstoffen zoals aardolie of steenkool), dan nog stoot een elektrische auto minder CO2 uit dan de auto’s waar we vandaag mee rijden. Elektrische motoren hebben immers een hoger rendement. Een elektriciteitsproducent rekende uit dat een elektrische auto onrechtstreeks 60 tot 65 gram CO2 per kilometer uitstoot als de stroom om de batterijen op te laden door een kolencentrale wordt opgewekt. Ter vergelijking: een hybride auto stoot momenteel ongeveer 100 gram CO2 per kilometer uit, een stadsauto 120 gram, een gezinswagen 160 gram en een 4x4 200 gram. Als de batterijen met groene stroom worden opgeladen is het verschil tussen de auto met een ontploffingsmotor en een elektromotor uiteraard groter.

Blijft de vraag of we in staat zullen zijn om voldoende (groene) stroom te produceren als het hele wagenpark elektrisch zou worden? Momenteel rijden er wereldwijd ongeveer 800.000.000 wagens rond. Een verdubbeling tegen 2030 is volgens het WWF niet uit te sluiten. Natuurlijk, de overstap gebeurt niet van vandaag op morgen maar ontwikkelt zich geleidelijk. Het elektriciteitsnet heeft de tijd om zich aan te passen. Wellicht zullen we een aantal tussenstappen kennen zoals hybride wagens en de zogenaamde plug-in hybrides. Bovendien is er minder energie nodig voor de productie, het onderhoud, het gebruik en de ontmanteling van een elektrische auto omdat hij zoals gezegd eenvoudiger in elkaar zit.

Maar volstaat dat? We maken een kleine rekenoefening: in België rijden er vandaag ruim vijf miljoen wagens rond. Stel dat we die allemaal vervangen door elektrische auto’s met een batterij van 25 kWh. Om die batterij in 8 uur op te laden is er een vermogen van 3,125 Watt nodig. Om ze in tien minuten op te laden loopt het nodige vermogen op tot 155.000 watt. Om alle auto’s in België tegelijkertijd in korte tijd op te laden is er 775 gigawatt nodig. Een gigantische hoeveelheid die ongeveer overeenkomt met de energieproductie van de hele Europese Unie. Als we allemaal een elektrische auto willen is er dus een enorme uitbreiding van de elektriciteitsproductie nodig. En de vraag is of dat haalbaar is.

De enige overeenkomst tussen een benzinetank en een batterij is dat ze allebei vroeg of laat leeg geraken. Net dat is momenteel één van de nadelen van de elektrische auto: het rijbereik. Een autonomie van enkele tientallen kilometers overtuigt niemand om zijn vertrouwde auto in te ruilen voor een elektrisch exemplaar. Ondertussen komt met de lithium-ion batterijen een rijbereik van 300 kilometer in zicht. Ruim voldoende voor het gros van de afstanden die de meeste mensen dagelijks afleggen. De lithium-ion batterij kent u uit uw gsm of draagbare computer. Opladen kan in principe in elk stopcontact. Rechtstreeks of met een laadstation tussen het stopcontact en de auto. Om een lege batterij snel (in ongeveer 10 minuten) weer op te laden zijn speciale stations met een hoger vermogen nodig.

In een aantal onderzoeken wordt er ondertussen luidop getwijfeld of de voorraad lithium volstaat om aan de vraag naar batterijen te voldoen. Al spreken verschillende bronnen en onderzoeken elkaar tegen. Opnieuw een potentieel struikelblok voor de toekomst van de elektrische auto.

Om de elektrische auto een kans op slagen te geven moeten we dringend een en ander veranderen. Ten eerste zal de groene stroomproductie snel opgedreven moeten worden. Het heeft weinig zin om met thermische centrales elektriciteit op te wekken die nodig is om de batterijen op te laden. Bovendien zullen elektrische auto’s kleiner en lichter moeten worden in vergelijking met het huidige wagenpark. Dat is goed voor het rijbereik. Daardoor moeten de batterijen minder vaak opgeladen worden en is er minder elektriciteit nodig. Alle auto’s vervangen door elektrische auto’s is niet realistisch. We zullen ook meer gebruik moeten maken van andere vervoersmiddelen zoals het openbaar vervoer of de fiets. Pas dan wordt de elektrische auto een realistische oplossing.

Kris Somers

Printer-friendly versionSend to friend