BrusselBrussel
05/03/2010
Duurzaamheid op OCMW-agenda (21)

Tussen Rio de Janeiro en Sint-Jans-Molenbeek, twee data voor één agenda.

Op 14 juni 1992 werden in Rio op de VN-Conferentie over Leefmilieu en Ontwikkeling verschillende belangrijke afspraken gemaakt ter bevordering van het leefmilieu. Het programma Actie 21 (snel omgedoopt tot Agenda 21) was er een van. In 40 hoofdstukken wijst het lokale gemeenschappen de weg naar duurzame ontwikkeling.

In 2007 lanceert Leefmilieu Brussel, vanuit dezelfde dynamiek, een ondersteuningsprogramma voor gemeenten en ocmw’s, de zogeheten «Agenda Iris 21». Aan de Brusselse gemeenten en ocmw’s wordt gevraagd om zich aan te sluiten bij het streven naar duurzame ontwikkeling. Er bestaan twee formules: het invoeren van een lokale Agenda 21 (maximum 50.000 euro aan subsidies) of het realiseren van een meer gericht duurzaam project (max. 12.500 euro). Het eerste jaar werden er 14 projecten geselecteerd waarvan negen van het type lokale Agenda 21: acht gemeenten en een ocmw. Dat van Sint-Jans-Molenbeek.

«Ons ocmw was al bezig met kleine inspanningen rond leefmilieu», vertelt Vincent Libert, van het Strategisch Departement van het ocmw. «Het begrip duurzame ontwikkeling sijpelde informeel door in de structuur. In 2007 werkte een stagiaire rond het selectief sorteren van afval en ze sprak daarover met haar collega’s om hen daarvoor gevoelig te maken. Dankzij de oproep «Agenda 21» konden we die logica vervolgens doortrekken en een initiatief bedenken en uitwerken. Het gaf ons de tijd om na te denken».

Om de ocmw’s en (de gemeenten) bij te staan met hun programma’s, ontwierpen Leefmilieu Brussel en de Vereniging van Steden en Gemeenten van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (VBSG) een algemeen ondersteuningskader, met een opvolging van de begeleiding en een gedeelde methodologie. «Samen met de Stichting voor de Toekomstige Generaties werken wij aan workshops voor de uitwisseling van ervaringen, hoofdzakelijk rond sleutelthema’s: transversaliteit, participatie, projectbeheer», luidt het bij Philippe Mertens, raadgever ‘Duurzame Ontwikkeling’ van de VBSG. «Daarom hebben we de oproep zo geformuleerd dat de begunstigden een beroep kunnen doen op een externe structuur, een vereniging of een gespecialiseerd studiekantoor om het participatieproces te implementeren».

Vandaag tekent het ocmw van Sint-Jans-Molenbeek, het epicentrum van waaruit de acties zouden moeten vertrekken, al voor de derde keer bij voor de Agenda Iris 21. «Maar we hebben al erg concrete maatregelen genomen», verduidelijkt Vincent Libert, al erkent hij wel dat ze zich wat vrijheid veroorloven met betrekking tot «een voorgestelde methode die dwingend en theoretisch is en dus niet gemakkelijk om te zetten is in de praktijk. Het concrete komt maar aan het einde van het proces, na drie jaar rijping, dat kan niet voor onze doelgroepen! ».

Na het bepalen van de actieassen (gezondheid, sociale economie, huisvesting en energie, interne duurzaamheid), is het ocmw dus in beweging gekomen. Een pakketboot zoals het ocmw van Molenbeek (6 vestigingen waaronder een home, 500 bedienden, 9000 begunstigden) verandert uiteraard niet vlot van koers, maar duurzame ontwikkeling wordt er nu wel een «reflex» bij de uitwerking van een project.

Vincent Libert beklemtoont twee typische realisaties. «Eerst hebben we een structuur voor de sociale economie opgericht. Aan de ene kant kregen we steeds meer vragen van jongeren om tussen te komen bij het aankopen van meubilair. We gaven hen dan cheques om spullen te kopen. Maar aan de andere kant moesten bejaarden die naar ons rusthuis trokken hun huis leegmaken en betaalden wij bedrijven ‘om zolders leeg te maken’». In een win-winlogica ontwikkelde het ocmw een structuur die alles recupereert, oplapt en recycleert voor de jongeren die op die manier profiteren van meubels aan spotprijzen. En bovendien schept het nog werkgelegenheid ook.

Een ander initiatief dat Vincent Libert aanhaalt: de cel «energiepreventie». Als de diensten voor schuldbemiddeling of de maatschappelijk assistenten vaststellen dat er iets aan de hand is met de energiefacturen, kunnen ze een beroep doen op mensen die opgeleid zijn door Leefmilieu Brussel om bij die gezinnen op bezoek te gaan en hen raad te geven over hun verbruik. «Bij onze doelgroep zitten nieuwkomers die de gewoonten en normen van hun land van herkomst gewoon meebrengen. Het is een karikatuur natuurlijk, maar iemand van Afrika bezuiden de Sahara verwarmt zijn woning tot 25°, maar let enorm op zijn waterverbruik. Een Noord-Afrikaan is geneigd om maar een kamer te verwarmen zodat de overige kamers koud en vochtig blijven. Het is dan onze rol om uit te leggen wat het energieverbruik kost en welke alternatieven ze hebben.»

Als perfecte aanvulling kreeg de cel van het ocmw ook een technisch team, dat instaat voor klusjes: het herstellen van ramen, dichten van waterlekken en ontkalken. De dienst is ook een goede zaak voor de ouderen in de gemeente. Wekelijks worden er vier tot vijf aanvragen opgenomen. Vincent Libert: «De dienst vormt geen deloyale concurrentie voor de professionals uit de sector. Wij doen enkel de karweitjes waarvoor zij zich niet meer willen verplaatsen.»

In 2010 komt het ocmw van Molenbeek in een consolidatiefase, de geïmplementeerde instrumenten zullen hun beginnersfouten gehad hebben en tegen het einde van het jaar tot volle wasdom gekomen zijn. Het vervolg? «Wat er ook gebeurt, wij doen voort», beklemtoont Vincent Libert, maar hij wacht nog wel op een verlenging van het project door het Gewest. «Andere ocmw’s en gemeenten treden nu ook in het spoor van duurzame ontwikkeling. Wij hebben veel energie en creativiteit gemobiliseerd. Agenda 21 is een uitstalraam, het zou logisch zijn dat wij zorgen voor de zichtbaarheid en het delen van ervaringen». Philippe Mertens is het daarmee eens: «Het is een van de uitdagingen van dit jaar: we moeten ons beraden over de vraag ‘Hoe ondersteunen we de duurzame dynamiek die ontstaan is uit de projectoproep?’. Het antwoord kennen we nog niet, maar in de komende maanden gaan we daarover nadenken met de gemeenten en de ocmw’s die meewerken aan het initiatief».

Olivier Bailly

 

 

 

 

Printer-friendly versionSend to friend