InternationaalInternationaal
01/03/2010
Lijdt u onder “Milieumoeheid” ?

Regelmatig duiken in de media berichten op over milieumoeheid. Wie milieumoe is, zou minder geneigd zijn om aandacht te besteden aan ecologisch duurzaam gedrag. Bestaat ze echt, deze milieumoeheid? En zo ja, wat zijn de oorzaken ervan en wat kunnen we eraan doen?

In het voorjaar van 2006 berichtten de Vlaamse media over milieumoeheid n.a.v. een onderzoek door de Vlaamse Overheid. ‘De Vlaming is steeds minder bezorgd om het milieu.’ kopten de kranten. Uit het onderzoek bleek dat het aantal mensen dat zuinig omspringt met water, elektriciteit en brandstof gedaald was. Niettemin zei dezelfde Vlaming meer dan ooit bereid te zijn om zich milieuvriendelijker te gedragen.

Twee jaar later, in 2008, was Nederland aan de beurt. Het Nederlandse Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) concludeerde toen uit een onderzoek dat het milieubewuste gedrag van de Nederlanders tanende was. Er werd minder vaak glas naar de glasbak gebracht en de belangstelling voor het scheiden van groente- en fruitafval nam tussen 1997 en 2007 af. Daartegenover stond dat alle metingen van de gedragingen in de 80 en 90 procent bleven. Dat dit niet onbelangrijk is, zal verder in dit artikel blijken.
In het zelfde jaar 2008 de Duurzaamheid Monitor, een jaarlijks onderzoek van de Nederlandse stichting iNSnet, een grote ‘latente bereidheid’ tot duurzaam gedrag zien (1).

In januari van 2010  wezen de eerste resultaten van een onderzoek door het internationale marketingbedrijf Ifop op een verzadiging bij de Franse bevolking voor wat het thema milieu betreft. Een van de conclusies was dat minder mensen het belangrijk vinden om meer te leren over milieukwesties. Tegelijk wezen de cijfers op een toename van de kennis over duurzame thema’s bij de ondervraagden. Tussen 2002 en 2009 steeg het aantal Fransen dat al hoorde over duurzame ontwikkeling van 33 naar 91 procent. Het Ifop ziet de consument volwassener worden en stelt een versterkte vraag naar daadwerkelijke actie door bedrijven en overheden vast (2).

Milieuwetenschapper Gert Spaargaren van de universiteit van Wageningen noemt in een interview met het magazine Sync de conclusies van het hierboven vermelde onderzoek door het CBS misleidend. Het CBS keek volgens Spaargaren alleen naar milieugedrag van de eerste generatie. Dat houdt verband met milieumaatregelen die hun oorsprong hebben in de jaren 1970 en ‘80 die vaak te maken hebben met afval en sorteergedrag. Het feit dat de percentages uit het onderzoek allemaal in de 80 en 90 procent lagen, betekent volgens de milieuwetenschapper dat mensen ‘Heel goed hun best doen. En dat al vele jaren.’ Spaargaren wijst er bovendien op dat een percentage rond de 90 ongeveer het maximum is dat je met beleid kunt bereiken.

Wanneer we kijken naar milieugedrag van de tweede generatie, zoals de CO2-uitstoot verminderen, dan wordt gedragsverandering belangrijk op terreinen als voeding, wonen en mobiliteit. Helaas ligt het aantal consumenten dat hierop goed scoort veel lager. ‘Tussen de 8 en de 15 procent’, zegt Spaargaren en hij voegt eraan toe dat dit niet komt doordat mensen niet bereid zijn om hun gedrag aan te passen. Waaraan ligt het dan wel? Spaargaren legt de oorzaak eerder bij de beperkte mogelijkheid tot actie. M.a.w. een gebrek aan handelingsperspectief. De conclusies van het Franse onderzoek ondersteunen die stelling. De mensen weten intussen wel hoe de vork in de steel zit en wat er moet gebeuren. Van informatiecampagnes heeft een deel van de burgerbevolking wellicht genoeg; ze willen actie. Blogger Joris Van Dael vat dit gevoel mooi samen in een blogpost naar aanleiding van het Vlaamse rapport uit 2006. Daarin schrijft hij: ‘Ik kan die milieumoeheid zeker begrijpen. De berichtgeving over milieuonderwerpen lijkt elke maand wel toe te nemen, maar het zijn veel te veel woorden, en te weinig actie.’

Het lijkt erop dat je ervoor moet zorgen dat duurzame keuzes beschikbaar zijn om te vermijden dat mensen milieumoe worden. Het gaat m.a.w. om de enable (maak mogelijk) uit het model van de 4 E’s, een effectieve strategie voor gedragsverandering die ontwikkeld werd door het Britse Department for Environment, Food and Rural Affairs.

De Belgisch-Nederlandse Vereniging voor Ecologisch Leven en Tuinieren (Velt) zet sterk in op het bieden van een handelingsperspectief. De vereniging geeft consumenten vooral praktische informatie voor een duurzaam leven in huis en tuin. ‘Mensen in staat stellen om een verantwoorde keuze te maken, wordt steeds belangrijker dan te proberen om hun bewustzijn te verhogen.’ Zegt Velt-directeur Jan Vannoppen.

Vannoppen ziet geen aanwijzingen dat de belangstelling voor ecologische duurzaamheid afneemt. ‘Het aantal leden van onze vereniging steeg in 2009 tot bijna 13.000 en het aantal bezoeken op onze website is het afgelopen jaar groter geworden, tot gemiddeld 2500 per dag. Voor ons is dat een duidelijk signaal dat een groeiend aantal mensen in hun dagelijks leven bezig is met ecologie en milieu.’

Bart Coenen

Printer-friendly versionSend to friend