InternationaalInternationaal
17/12/2009
Kopenhagen aan de top

Deense vlag

Het uitgangspunt voor alle klimaat- en energieaandacht is duidelijk: Na de oliecrisis van de jaren ’70 wil Denemarken in haar eigen energiebehoefte voorzien en niet afhankelijk zijn van fossiele brandstoffen. Daarnaast koesteren de Denen van oudsher een liefde voor de natuur (ze fietsen het meest van alle Europeanen).

Het resultaat: Denemarken is sinds 1997 zelfvoorzienend op het gebied van energie en heeft volop de weg van de alternatieve energiebronnen gekozen. In 2007 genereerde het land 30 % meer energie dan de energieconsumptie in dat jaar. 17 % van het totale energieverbruik was in 2007 afkomstig van duurzame energie.

Duurzame energiebronnen

Met een aandeel van 70 % in de totale duurzame energieproductie is biomassa (waaronder afval) de belangrijkste duurzame energiebron. Het gebruik van biomassa voor de productie van energie is tussen 1980 en 2007 bijna verviervoudigd.

Daarnaast is Denemarken het land van de windenergie. 20 % van de duurzame energie wordt (in 2007) opgewekt via windenergie. Het land telt ruim 5.000 windmolens, op land en in de zee. Tot 2004 was het land internationale koploper, maar ten gevolge van een regeringswissel werd tussen 2004 en 2007 geen enkele windmolen geplaatst.  Inmiddels heeft de regering dit beleid gewijzigd.

De doelstellingen

In 2008 werd een groot energieakkoord gesloten - door regeringsmeerderheid en oppositie - waarin de krijtlijnen tot 2025 uitgetekend worden. Hernieuwbare energiebronnen worden hierin prominent naar voren geschoven. 20 % van de energieconsumptie dient tegen 2011 uit hernieuwbare energiebronnen voort te komen en 30 % tegen 2025. Ook wordt volop ingezet op de vermindering van energieverbruik, met diverse ambitieuze doelstellingen voor huishoudelijk en industrieel verbruik.

De uitwerking

Als gevolg van het akkoord is bijvoorbeeld de overdrachtssnelheid van elektriciteit uit windmolens, biomassa en biogas significant gestegen, worden grote windmolenprojecten opgestart en is een compensatieregeling voor buren van windturbines opgezet.

Maar Denemarken profiteert niet optimaal van zijn windstroom omdat het vooral ’s nachts waait, wanneer er nauwelijks vraag is. Het bedacht daar oplossing voor: elektrische auto’s kunnen ’s nachts opgeladen worden met  windstroom! En dus zet Denemarken concrete stappen om elektrische wagens in 2011 te introduceren op de markt. Ze zijn vrijgesteld van  belastingen en er wordt een landelijke oplaadinfrastructuur gebouwd. De wagens zijn trouwens prominent aanwezig op de wereldklimaattop.

Intussen tracht Denemarken de nodige technologieën hiervoor, maar ook voor andere energieaspecten (bv. bioethanol), zelf te ontwikkelen. In de hele klimaat- en energiesector is de Deense traditie van nauwe samenwerking tussen onderzoeksinstellingen en ondernemingen een troef. Deze samenwerkingsverbanden voor onderzoek en ontwikkeling naar nieuwe milieutechnologieën worden via het akkoord extra gesubsidieerd.

Gedragen door de bevolking

De Deense bevolking steunt het vooruitstrevend milieubeleid. Een recente enquête toont dat 79 % van de Denen wil dat Denemarken een leidende positie heeft in de ontwikkeling van hernieuwbare energie. 90 % van de bevolking uit zich voorstander van het vergroten van de windmolencapaciteit van het land.

Interessant in dit perspectief is de website "1 ton less" (in het Deens): een portaal met informatie en tips van en voor particulieren rond vermindering van de CO2-uitstoot. Coördinator Mette Gemelcke Vingaard: “het portaal is een succes, want sinds de lancering in 2007 engageerden ruim 80.000 Denen zich om 1 ton CO2 te besparen, via kleine wijzigingen in hun dagdagelijkse handelen. In totaal zijn 45.000 verschillende voorstellingen gelanceerd. Nog belangrijker is de bewustwording die de website heeft teweeg gebracht: het abstracte CO2-begrip is veel tastbaarder geworden bij de mensen.”

Actieve rol van lokale besturen

Eén van de succesfactoren is de actieve rol die Deense steden en gemeenten in de verwezenlijking van de (nationale) klimaatdoelstellingen spelen. Ze sloten een vrijwillig akkoord (2007-2012) met de nationale overheid waarbij ze zich tot dezelfde doelstellingen verbonden. Her en der duiken interessante lokale initiatieven op. Zo vervullen zes Deense steden en gemeenten (waaronder  Kopenhagen) als ‘EcoCities’ een pioniersrol. Met succes, want in december 2009 werd Kopenhagen als groenste stad van Europa gekozen in de eerste ‘European Green City Index’ van Siemens.

Klimaat en economie

Denemarken zet volop in op de uitvoer van energietechnologieën. Met 19 % exportgroei in energie-technologieën in 2007 loopt Denemarken ruim voor op het Europese gemiddelde van 5 % en brengt het de industrie op een lijn met de landbouw als belangrijkste exportmarkt. Energietechnologieën, voornamelijk windturbines (Denemarken is wereldleider in de productie van windmolens), maar ook energiebesparende voorzieningen (zoals thermostaten en pompen) zijn goed voor 11 % van de totale uitvoer van het land.

Sinds de jaren ‘80 heeft de economie 78% groei gekend terwijl het energieverbruik quasi gelijk is gebleven en de CO2-uitstoot is verminderd! M.a.w.: Denemarken bewijst dat het mogelijk is om een hoge economische groei met een milieuvriendelijke samenleving te combineren. En nog gelukkig te zijn ook (uit een onderzoek van het Insitute for Social Research van de University of Michigan uit 2008 blijkt dat de Denen het gelukkigste volk ter wereld zijn)!

De ogen van de wereld zijn gericht op Kopenhagen tijdens de klimaattop. Terecht! We kunnen dan ook wat bijleren van het Vikingland.

 

door Céline De Waele

Printer-friendly versionSend to friend