De rondetafel Indicatoren ter ondersteuning van het beleid inzake duurzame ontwikkeling werd georganiseerd door de Federale Minister van Klimaat en Energie, bevoegd voor duurzame ontwikkeling. Het vertrekpunt was de Strategische indicatorentabel op basis van 11 jaar federale rapportering over duurzame ontwikkeling , uitgewerkt door de Task Force Duurzame Ontwikkeling (TFDO) van het Federaal Planbureau (FPB) in het kader van de rapporteringsopdracht die aan het FPB toevertrouwd werd door de wet van 5 mei 1997 over het federale beleid inzake duurzame ontwikkeling.
Deze rondetafel, die de praktijken van andere actoren van duurzame ontwikkeling en de verwachtingen van het maatschappelijk middenveld met deze tabel confronteert, is een stap in het veranderingsproces dat door Minister P. Magnette opgestart werd na de presentatie van de indicatorenlijst van de Federale Raad voor Duurzame Ontwikkeling (FRDO) in oktober 2008. Dat vernieuwingsproces van de federale strategie, via de herziening van de wet van 5 mei 1997, is er onder andere op gericht het proces van de nationale strategie met de gefedereerde entiteiten terug op te starten, rond de uitwerking van een strategische visie op lang termijn voor België. Vanaf het moment dat er gemeenschappelijke doelstellingen op lang termijn vastgelegd zullen zijn, zal het nodig zijn te kunnen steunen op robuuste en breed aanvaarde indicatoren.
De door de TFDO gepresenteerde Strategische tabel bevat 88 indicatoren van duurzame ontwikkeling (IDO's) over 51 problematieken van duurzame ontwikkeling. De tabel analyseert hun trends en toont dat er, ondanks een begin van verandering voor bepaalde consumptie- en productiepatronen, weinig verbetering is in de toestand van de basiskapitalen van ontwikkeling (menselijk, milieu- en economisch kapitaal).
De presentaties van de stakeholders werden gestructureerd rond een aantal vragen over de IDO's die zij gebruiken of wensen te zien gebruiken, over de sterktes en zwaktes van die IDO's, en in het bijzonder over hun nut voor de overheid in het kader van een strategie inzake duurzame ontwikkeling. De FRDO heeft een IDO-lijst gepresenteerd die het resultaat is van een akkoord tussen al zijn leden. Het WWF heeft de begrippen ecologische voetafdruk en biocapaciteit centraal gesteld. De International Trade Union Confederation heeft gewezen op de moeilijkheden bij het op punt stellen van relevante sociale indicatoren om haar actie te ondersteunen. Het Platform Duurzame en Solidaire Economie heeft welvaarts-, correctieve en transformatieve indicatoren voorgesteld. De Belgische federatie van de chemische industrie en van life sciences heeft de nadruk gelegd op de gekozen methode om haar indicatorenlijst op te stellen en op de doelstellingen van die lijst.
In hun reacties op de IDO-tabel van de TFDO wezen de sprekers op verscheidene kwaliteiten van de tabel: de uitgebreide informatie, het nut om de evolutie van de toestand te vergelijken met de beleidsdoelstellingen, de structuur die het mogelijk maakt hiaten te identificeren zoals het gebrek aan methodologie om verschijnselen zoals de interacties tussen productie en consumptie te verduidelijken. Deze IDO-tabel maakt het ook mogelijk beleidsbeslissingen te beïnvloeden op een meer complexe basis en met een betere weergave van de realiteit dan door het bbp of andere geaggregeerde indicatoren. Daarentegen werd betreurd dat er geen andere zeer synthetische indicatoren dan het bbp opgenomen zijn en dat de druk die België uitoefent op de rest van de wereld onvoldoende tot uiting komt.
Welke zijn de redenen om de ecologische voetafdruk niet in de IDO-tabel op te nemen? Sommigen vinden de synthetische indicatoren zoals de ecologische voetafdruk of de Index of Sustainable Economic Welfare (ISEW) efficiënt omdat ze verscheidene elementen van een globale problematiek samenbrengen en daarbij één enkele eenheid gebruiken. Maar die indicatoren zijn moeilijk of zelfs onmogelijk te gebruiken als instrument om het beleid te ondersteunen; en het systematische onderzoek van de hypothesen aan de basis van elke indicator - vooraleer die officieel aan te nemen - vergt tijd. Een goede beheersing van de inhoud van elke indicator is noodzakelijk om zowel de beleidsbeslissing als de bewustwording concreet te kunnen beïnvloeden.
Enkele deelnemers formuleerden ook meer gerichte opmerkingen over de hiërarchie tussen de kapitalen van ontwikkeling en over de verdeling van de bevoegdheden in België. Sommigen zijn van oordeel dat het economisch kapitaal ondergeschikt zou moeten zijn aan het sociaal en het milieukapitaal. Daarnaast zijn, gezien de verdeling van de bevoegdheden in België, de gewestelijke indicatoren die de gerealiseerde vooruitgang op milieugebied tonen niet in de tabel opgenomen. Anderen onderstreepten dat dit leidt tot het negeren van positieve milieuevoluties. Het belang van de sociale indicatoren werd onderstreept. Een deelnemer was bijvoorbeeld verbaasd over de afwezigheid van een indicator als de Gini-coëfficient, die de inkomensverdeling beschrijft. Wat de economie betreft, werd eraan herinnerd dat de groei, in een perspectief van duurzame ontwikkeling, nooit een doel op zich is; hij wordt beoordeeld naar zijn positieve of negatieve invloed op de voor de toekomst beschikbare hulpbronnen, niet enkel op het milieu maar ook op de mens. Elke burger heeft recht op toegang tot begrijpelijke, min of meer synthetische indicatoren, maar ook het recht de verbanden ertussen te begrijpen: niet enkel hun belang, ook hun onderlinge afhankelijkheid.
De presentatie van de indicatoren gebruikt in het kader van de evaluatie van het klimaatbeleid, legde vooral de nadruk op de onmogelijkheid om de impact van een maatregel te meten aan de hand van indicatoren. Die impact kan enkel een geschatte impact zijn, nooit een waargenomen impact. Het is belangrijk dat te erkennen omdat er een sterke vraag bestaat zowel naar ex-ante-evaluaties, voor de beleidsbeslissing, als ook en vooral naar ex-post-impactevaluaties van maatregelen die beslist en toegepast werden.
In zijn besluit legde de voorzitter van de rondetafel de nadruk op het feit dat duurzame ontwikkeling, eerder dan een definitie, een geheel van te volgen richtingen is waarover er nog onzekerheden bestaan. De ontwikkeling van IDO's is dan ook nuttig en noodzakelijk, aangezien er verscheidene actoren zijn en de IDO's verschillende functies vervullen. Hij merkte ook op dat er getracht wordt het bbp-concept, ondanks zijn onvolkomenheden, te kopiëren voor de andere componenten van ontwikkeling, met het risico dat die nieuwe indicatoren ook onvolmaakt zijn of dat ze zelfs niet meer bediscussieerd worden.
Task Force Duurzame Ontwikkeling
sustdev@plan.be
Een uitgebreid verslag van de rondetafel (met de slides van de sprekers) vindt u hierbij in PDF formaat (4MB)
| Bijlage | Grootte | Type |
|---|---|---|
| verslag_rondetafel_indicatoren_19-03-2009.pdf | 3.99 MB | application/pdf |
- 1 van 9
- ››
Registreer u hier om informatie op maat te ontvangen, informatie te delen of aan te reiken en om te kunnen reageren op publicaties.


