Duurzame consumptie & productieDuurzame consumptie & productie
11/12/2009
Wallonië, bioland

Bio-landbouw

De woorden komen uit de mond van een fervent aanhangster van bioproducten. Dat hoeft ook niet te verbazen, Sylvie Morcillo is communicatieverantwoordelijke voor Bioforum, de vzw die in Wallonië is uitgegroeid tot de gewestelijke koepelorganisatie voor de biosector en derhalve de verschillende standpunten van de diverse biospelers bundelt. “Wat kan er duurzamer zijn dan ‘bio’ eten?”, vervolgt ze haar pleidooi. “Het is gezond, sociaal rechtvaardig, milieuvriendelijk en onderschrijft het voorzorgsprincipe voor het volle pond”. Dat spreekt voor zich. Alleen moet de idee toch enigszins worden afgezwakt, want je kunt bezwaarlijk stellen dat uit Kenia ingevoerde biobonen de meest doordachte duurzame aankoop is.

Geen pesticiden, het argument bij uitstek!

Zelfs de recent ingezette aanvallen op bio kunnen haar niet van haar stuk brengen. In juli 2009 concludeerde een Engels onderzoek, dat in de Americal Journal of clinical Nutrition(1) werd gepubliceerd, dat biovoeding geen hogere voedingswaarde biedt dan traditionele voeding. “Die conclusies van het onderzoek kunnen op zijn zachts gesteld, merkwaardig worden genoemd” repliceerde Bioforum hierop destijds. De organisatie liet ook niet na om er fijntjes op te wijzen dat van de 162 aangehaalde referentiestudies meerdere studies ook net het omgekeerde beweerden. “Zo blijkt inderdaad dat plantaardige bioproducten gemiddeld meer magnesium, zink, fenolverbindingen, flavonoïden, suikers en droge stoffen bevatten dan producten uit de intensieve landbouw en die bevatten duidelijk meer stikstof.”

Bovendien, zo geeft de analyse van Bioforum aan, “zit de echte meerwaarde van biologische landbouw hem vooral in het uitsluiten van pesticiden en kunstmeststoffen.” Toch wel overtuigend, niet?
In 2008 wees Benoît Lutgen, Minister van Landbouw van het Waalse Gewest, in antwoord op een parlementaire vraag, juist op de verontrustende aanwezigheid in levensmiddelen van resten van pesticiden. Hij haalde daarvoor de mosterd bij het FAVV (Federaal Agentschap voor de veiligheid van de voedselketen) dat in zijn activiteitenverslag voor het werkjaar 2007 stelt dat “bij de analyse van 1.322 monsters van groenten en fruit in 56% van de monsters residuen van bestrijdingsmiddelen werden gedetecteerd en dat in 7,9% van de gevallen de normen werden overschreden”. Wat hem meteen de mogelijkheid bood om dieper in te gaan op het eigen beleid:

“We zetten de eerder geleverde inspanningen dan ook verder; zowel wat betreft het ondersteunen van bioproducenten en producenten die de overstap naar bioproductie maken […], als wat betreft het promoten van bioproducten bij de consument, met onder meer gerichte campagnes, bioweek, ...”. In Wallonië krijgen bioboeren en landbouwbedrijven die op bioproductie overschakelen dan ook sinds 2004 een jaarlijkse rechtstreekse subsidie uitbetaald van 75 tot 750 € per hectare. En omdat overschakelen van conventionele landbouw naar biolandbouw een moeilijke oefening blijft, worden er de eerste twee jaar na de omschakeling extra premies toegekend ten belope van 50 tot 150 € per hectare. Dat beleid werd een heus succesverhaal. In 2004 bedroeg het totale subsidieplaatje voor overschakeling naar bio nog 4,78 miljoen €. In 2008 was dat al opgelopen tot 7,2 miljoen €. Intussen stopte Vlaanderen 3,45 miljoen € steun in haar biologische landbouw.

De Waalse boer op de biotoer

Hoewel de productiviteit bij bio een stuk lager ligt dan bij traditionele landbouw, speelden de continu stijgende vraag, de meerprijs die op 30% tot 50%(2) wordt geschat, evenals het uitgekiende premiebeleid, een stimulerende rol die de omschakeling voor bepaalde landbouwers een stuk makkelijker maakte. Het proces werd in de jaren 90 ingezet als een soort van reactie op de opeenvolgende voedselcrisissen waarvan de dioxinecrisis wellicht iedereen nog vers in het geheugen staat gegrift. Hier wist ‘bio’ zijn eerste adelbrieven te veroveren; in het bijzonder in Wallonië dat zich al snel aandiende als het land bij uitstek voor biocultuur. Die “bio” roeping van de Waalse boer vindt zijn oorsprong echter in een enigszins ander verhaal. Traditioneel is de landbouw in Wallonië extensiever dan in Vlaanderen. En dat gaf, zoals ook aangestipt in een onderzoek van de FAO(3), de Waalse boer een beslissend voordeel waardoor biocertificering mogelijk werd zonder echt ingrijpende aanpassingen in de tot dan gevoerde landbouwpraktijk.

27.624 ha bioweide in Wallonië

Het hoeft dan ook niet te verbazen dat Wallonië al in 1999 niet minder dan 378 biologische landbouwbedrijven telde, tegen 172 voor Vlaanderen (4). In 2008 staat de teller in Vlaanderen op 230, terwijl Wallonië met 671 bedrijven helemaal de biokaart heeft getrokken (5). Wallonië bouwt die voorsprong overigens nog steeds verder uit. Zo geeft de Waalse overkoepelende organisatie UNAB (Union Nationale des agriculteurs bio) in april 2009 aan dat 759 landbouwbedrijven in Wallonië zich op bio hebben toegespitst. Dat verschil tussen Vlaanderen en Wallonië is vooral opvallend wanneer er wordt gekeken naar de verbouwde oppervlakte. In 2008 werd in Vlaanderen en Brussel samen amper 3 492 ha gebruikt voor biolandbouw. In Wallonië was dat 32 330 ha. Zowat tien keer meer dus. Behalve … behalve wanneer er dieper op het soort van landbouwbedrijf wordt ingezoomd. Kijken we alleen naar de fruit- en groenteteelt dan merken we dat daar in Vlaanderen 655 ha beschikbaar voor is tegen slechts 457 ha in Wallonië. Bio is in Wallonië vooral een verhaal van weiland waar hoofdzakelijk schapen en koeien grazen. En om het verhaal met een typisch Belgische uitsmijter af te sluiten: de melk die in Wallonië op biologisch verantwoorde manier wordt geproduceerd, wordt … in Vlaanderen klaargemaakt voor de distributie.

Bio gaat meer en meer deel uitmaken van ons voedingspatroon

Het Belgische aanbod bioproducten wordt weliswaar steeds groter, maar toch wordt er slechts moeizaam aan de vraag, die eveneens continu toeneemt, voldaan. In 2002 verheugde Xavier Ury, Vice President Procurement bij Delhaize zich nog over deze groei in bio (+ 30% van 2001 tot 2002). In die tijd telde Delhaize, de biopionier uit de grootdistributie, 650 bioproducten in het assortiment; goed voor 3% van de omzet. Ook in 2004 boekte Delhaize, met 80 miljoen euro, de grootste omzet biologische producten in zijn sector. Het jaar daarop, we schrijven 2005, wordt de grootdistributeur geconfronteerd met een dip in de verkoop. Sindsdien zit de groei er opnieuw in. 2008 was het jaar bij uitstek voor bioproducten met een omzetgroei van 17%.

Sylvie Morcillo van Bioforum kan dit alleen maar beamen en toejuichen. “We beschikken helaas niet over recente en gedetailleerde cijfers voor Wallonië. Over het algemeen wordt, afhankelijk van de bron, tussen 1,3 en 5% van het totale gezinsbudget voor voeding aan bioproducten besteed. Na een lichte krimp tussen 2003 en 2007 zit de groei er weer in. Wat ons vandaag de dag vooral opvalt, is het aantal consumenten dat teruggrijpt naar bio. Die trend geeft duidelijk aan dat de vraag naar bio in 2009 echt in de lift zit. Er gaat immers geen dag voorbij of een landbouwer neemt met ons contact op met de vraag hoe hij van zijn bedrijf een bio-onderneming kan maken, of een student komt aankloppen met een thesis over het biogebeuren, of een aankoopcentrale vraagt ons waar ze dicht bij huis bioproducenten kunnen vinden. Wat we ook merken, is dat de consument meer en meer rechtstreeks bij de boer gaat aankoppen. Omdat de tussenhandel is weggevallen, vindt de consument er bioproducten tegen de winkelprijs van producten uit de traditionele landbouw. Dat is wellicht een van de gevolgen van de crisis. We worden echt gestimuleerd om het, wat betreft onze consumptiegewoonten, over een andere boeg te gooien.”, besluit Sylvie Morcillo. Zou best kunnen! De cijfers – waar toch eerder omzichtig moet mee worden omgesprongen – bevestigen die verschuiving. Terwijl in 2000 een kwart van het Belgische biologische fruit en groenten via de speciaalzaak werd afgezet, is dit aandeel in Wallonië in 2008 opgelopen tot 28,6%. De verkoop rechtstreeks bij de boer is goed voor 4,4% van het totaal. Dat betekent echter dat nog steeds meer dan 60% van de verkoop via de grootdistributie loopt …

 

Door Pierre Biélande

Bronnen:

(1) Nutritional quality of organic foods: a systematic reviewpublié par American Society for Clinical Nutrition http://www.ajcn.org/cgi/content/abstract/ajcn.2009.28041v1
(2) De biologische landbouw in 2008 Vincent Samborski, Departement Landbouw en Visserij afdeling Monitoring en Studie Luc Van Bellegem, Vlaams Centrum voor Agro- en visserijmarketing (VLAM)
(3) Les marchés mondiaux des Fruits et légumes Biologiques sur http://www.fao.org/docrep/004/Y1669f/y1669f07.htm
(4) Heuschen, C. (2000) Organic farming in Belgique.
(5) Ministère de la Communauté flamande - Département EWBL/AMS, Ministère de la Région Wallonne/DGA, BioForum, Blik et Ecocert.

Printer-friendly versionSend to friend