Dour festival (16-19 juli): aandacht voor duurzaamheid Dour festival (16-19 juli): aandacht voor duurzaamheid
26/08/2009
Dour festival (16-19 juli): aandacht voor duurzaamheid

Eindelijk met de trein aangekomen in het kleine Saint-Ghislain. Samen met een massa andere ongeduldige festivalgangers zet ik koers naar de pendelbussen. Dat het nemen van het openbaar vervoer dit jaar extra werd aangemoedigd op de website van het festival mag ik aan den lijve ondervinden. Probleemloos bereik ik het festival, dacht ik bij het afstappen van de bus. Niets blijkt minder waar wanneer ik pas na een half uur slenteren (met ettelijke kilo’s bagage) de ingang passeer. Halverwege kwam ik de parking tegen. Waarom volgend jaar niet gewoon met de auto?

Het is al etenstijd wanneer ik rustig in mijn kampeerstoel neerplof. De tent staat recht, alles gereed voor een sfeervol festival. De camping, die al een dag eerder open was, is al (on)smakelijk bedekt met een eerste laag afval. Blikjes bier, brikken fruitsap, bokalen appelmoes en flessen sterke drank. Nochtans was blik en glas ten strengste verboden. Het gaf al aan dat er met de regels van dit festival maar licht werd omgesprongen.

Het imago van het festival als alternatief en multicultureel wordt nog voor het bereiken van de festivalweide bevestigd. Net als bij het Sfinksfestival in Boechout doorkruis ik een weide gevuld met multiculturele kraampjes. Van ‘authentieke’ poncho’s tot ‘handgemaakte’ djembés; je kan er bij de (buitenlandse) verkopers voor terecht.

De festivalweide heet me welkom. De wei is bezaaid met plastic bekers. Al valt het me op dat de grote verzamelbakken hier meer succesvol zijn dan de kleinere afvalzakken op andere festivals. Ik doorkruis de wei richting de voor mij interessante podia en maak kennis met de verscheidenheid aan etenskramen. Het lijkt alsof elk land met zijn specialiteit vertegenwoordigd is. Tussen één van de zeven togen en het kebabkraam zit een kleine eco-stand verstopt. Hier kan je gebruikte bekers inruilen voor drankbonnen. Verdere initiatieven heb ik op de stand niet ontdekt, daar ik net als 99% van de bezoekers maar vluchtig passeerde. Misschien moet er gewerkt worden aan de aantrekkingskracht.

Over de accommodatie van het festival valt niet te klagen. Douches sproeien de kampeerders 24u op 24u (met water van een behoorlijke temperatuur). Het is proper, toiletpapier in overvloed. Dixi-toiletten worden op regelmatige basis gereinigd en het EHBO-team staat permanent paraat om gedrogeerde festivalgangers tijdelijk onder hun hoede te nemen. Ik kan met een gerust gemoed mijn tent in kruipen.

De volgende dag ligt de camping er echter erger bij dan voorheen. In tegenstelling tot ondermeer Pukkelpop en Werchter zijn er in Dour blijkbaar geen vrijwilligers gevonden om het grove afval op te ruimen. Het is dan ook dweilen met de kraan open. Voor de meesten is het een luxe alles zomaar te kunnen weggooien; de beschikbare afvalzakken veranderen daar weinig aan.

Het festival gaat de resterende dagen op zijn elan voort. Ik verlaat zondag de massa op de camping. Ik regel een lift naar huis en bespaar me zo een vermoeiende tocht richting het station. 

Stijn Van Damme

Printer-friendly versionSend to friend